Waarom niet iedereen vanzelf al piramidaal schrijft (en andere vragen)

Als piramidaal schrijven zoveel voordelen heeft, waarom heeft niet iedereen de piramidemethode dan al geleerd? Op school bijvoorbeeld.

De meeste mensen leren op school iets anders. Op een universiteit of hbo-opleiding moeten studenten bij het schrijven van een scriptie een andere structuur volgen: een structuur die een reflectie is van het onderzoeksproces. Als student documenteer je de stappen die je hebt gezet om een bepaalde onderzoeksvraag te beantwoorden: literatuuronderzoek, veldonderzoek, interviews etc.

Binnen een academische setting is dat prima. Je docent kan beoordelen of je onderzoek goed in elkaar zit. En dat de conclusie pas helemaal aan het eind komt is niet zo erg, meestal wordt daar toch niet zoveel mee gedaan.

In een professionele setting werkt dat anders. Daar gaat het wel om de uitkomst, om het resultaat. Tijdens een training leren we cursisten daarom de switch te maken van een procesgerichte structuur naar een resultaatgerichte structuur.

Zo’n switch moet je meerdere keren maken voordat het een tweede natuur wordt, zeker als je bezig bent met ingewikkelde materie: je moet er als het ware bovenuit stijgen om werkelijk contact te leggen met je lezer.

Waarom korter (meestal) beter is

Het is een groot voordeel van piramidaal schrijven dat teksten korter worden. Dat is wat cursisten bijna altijd aan ons vragen: ze willen leren om beter to-the-point te komen, niet meer van die lange lappen tekst produceren.

Dat kunnen we ze inderdaad leren. Teksten worden op (minimaal) twee manieren korter.

Ten eerste leren we je om te bepalen wat relevant is en wat niet. De informatie die niet relevant is kan naar een bijlage, of eventueel helemaal weg. Vaak is dat informatie die verband houdt met het proces, en niet met het resultaat, of details die voor het doel van de tekst niet belangrijk zijn.

Ten tweede leggen we je uit hoe je overlap kunt voorkomen. Lezers vinden het vervelend om meerdere keren hetzelfde te lezen. Dat zorgt ervoor dat ze slordiger gaan lezen en stukken tekst overslaan – vaak met als gevolg dat ze dan ook iets belangrijks overslaan!

Bijna altijd heeft die overlap te maken met de wijze van structureren. In een goede piramidale structuur zorg je ervoor dat alles één keer aan bod komt.

Korter is dus beter, maar niet altijd. Het is niet de bedoeling dat er nauwelijks nog tekst overblijft. Sterker nog: een goede piramidale tekst mag best wat ‘vlees op de botten’ hebben, in de vorm van een goede onderbouwing. Door het scheiden van hoofd- en bijzaken, op verschillende niveaus, kan een lezer zelf bepalen hoe gedetailleerd hij de tekst wil lezen.
Een uitgebreide tekst is dus geen bezwaar, mits de structuur goed is en de informatie relevant.

Moet alles altijd in piramidevorm?

We horen vaak dat oud-cursisten dit de nuttigste training vonden die ze ooit hebben gevolgd. Het heeft ze geholpen om een switch te maken in hun denken. En om zo werkelijk contact te maken met de lezer.

Dat neemt niet weg dat je de piramidestructuur in sommige teksten duidelijker terugziet dan in andere teksten. Dat is niet erg, een piramide is geen doel op zich.

Rapporten, memo’s, voorstellen, adviezen… daar kun je de methode onverkort toepassen. (Zorg er wel voor dat je een structuur kiest die past bij het type document.)

Bij het schrijven van e-mails heb je ook veel profijt van de methode, maar een e-mail is soms te kort om er een echte piramidevorm aan te geven. En bij rapporten van tachtig pagina’s loop je ook tegen beperkingen aan: je kunt niet eindeloos blijven uitsplitsen naar diepere niveaus. Daar is de leesbaarheid niet bij gebaat.

Net als andere methodes is de piramidemethode vooral een middel om een doel te bereiken, om echt contact te leggen met een lezer. We vergelijken het wel eens met het leren bespelen van een instrument. Eerst heel netjes noten leren, tijdens een training. En als je dan doorhebt hoe het werkt, als je het in je vingers hebt, pas dan maak je muziek.

'Ik schrijf achteraf altijd een samenvatting...'

Als mensen nog twijfelen of piramidaal schrijven wel iets voor hen is, komen ze vaak met deze tegenwerping: ‘We schrijven na afloop nog een samenvatting.’ Die zou dan wel geschikt zijn voor een lezer, in tegenstelling tot de hoofdtekst.

Inderdaad is dat hoe het vaak gaat. Je schrijft een rapport of een memo, en als je klaar bent met schrijven weet je zelf – eindelijk – wat de conclusie is. Die schrijf je in een samenvatting dan nog eens helder op. Toch is dat voor een lezer niet optimaal.

Het is om te beginnen de vraag hoe die samenvatting is gestructureerd. Is het een verkorte versie van de hoofdtekst, dan heb je wederom een beschrijving van het proces. De samenvatting biedt dan voor een lezer nog altijd geen inzichtelijke onderbouwing van de conclusie.

En is de samenvatting wel een onderbouwing van de conclusie, dan is dat natuurlijk een stap in de goede richting. Maar je zadelt de lezer dan nog steeds op met een puzzel. De lezer krijgt namelijk twee structuren aangereikt: een samenvatting en een hoofdtekst. En een lezer ziet niet direct hoe die twee zich tot elkaar verhouden. Waar begin je met lezen? En hoe breng je alles met elkaar in verband. Dat wordt een zoekplaatje.

Het doel is één structuur te maken, waarin alles één keer aan bod komt. Dat is wat we je leren.